Stappenplan

Ontwikkelen paard

Voor het ontwikkelen van het paard kunnen we in grote lijnen 4 fases definiëren. Elke fase geeft een nieuwe dimensie aan het gymnastiseren van het paard. De elementen uit de voorgaande fases, en de kwaliteit die hier mee bereikt is, mag uiteraard niet verloren gaan en blijft deel uitmaken van de rijkunstige opleiding van het paard.

Ook onderscheiden we in het werken met het paard 4 vormen: grondwerk, werken aan de hand, longeren en rijden. Elke vorm vraagt weer specifieke kennis en vaardigheden van de ruiter.

Stappenplan
Kort samengevat kunnen we de 4 fases als volgt omschrijven:

  1. Buiging in het lichaam

    Het gaat hier vooral om het rekken en strekken van de spieren. Er voor zorgen dat spieren correct met elkaar samenwerken voor een goede lichaamscoördinatie. Werken aan de balans van het paard zodat het paard niet links- of rechtshandig is.

    Hoekstenen:

    • Lengtebuiging

    • Voorwaarts neerwaarts

    • Ondertreden 

  2. Buiging achterbenen

    In zijn natuurlijk evenwicht heeft het paard meer gewicht op de voorhand. Wat we willen bereiken is dat het paard de ruiter beter gaat dragen. Niet alleen door een goede samenwerking van de onder- en bovenlijn (buik- en rugspieren) maar ook door het vergroten van de draagkracht van de achterhand. In deze fase werken we aan het horizontale evenwicht van het paard zodat alle benen evenredig belast worden en het paard niet op de voorhand loopt.

    Hoekstenen:

    • Schouderbinnenwaarts       :    buiging binnenachterbeen
    • Travers                                    :    buiging buitenachterbeen
    • Renvers                                   :    buiging buitenachterbeen
    • Appuyeren                             :    buiging buitenachterbeen, buiging binnenachterbeen door de diagonale                                                       verplaatsing van het paard
  3. Buiging achterbenen met gewicht nemen van de voorhand (liften van de schouders)

    Voor het vergroten van de wendbaarheid van het paard en het verbeteren van de souplesse en lichtheid in de beweging vragen we het paard meer gewicht te nemen met de achterhand. Door deze gewichtsverschuiving daalt de achterhand en worden de schouders gelift. Het paard krijgt schoudervrijheid en een mooie oprichting van de hals en nek.

    Hoekstenen:

    • Zijgangen waarbij het zwaartepunt iets teruggelegd wordt (relatieve oprichting)
    • Zijgangen van 3 naar 4 sporen (meer buiging)
    • Zijgangen op de volte
    • Tempowisselingen in de zijgangen
    • Overgangen maken in de zijgangen
    • Werkpirouettes
    • Galop (ook in de zijgangen)
    • Half steps

    ** Zijgangen: schouderbinnenwaarts, travers, renvers, appuyeren
     

  4. Buiging beide achterbenen, buiging in de lendenen/kantelen bekken (verzameling)

    Voor nog meer souplesse en draagkracht, en als voorbereiding voor de échte kunst: de hoge school, vragen we het paard meer gewicht te nemen met de achterhand.

    Hoekstenen:

    • Piaffe
    • Overgangen van piaffe naar stap en vice versa, idem in draf, idem in galop
    • Galopwissels
    • Galoppirouettes
    • Passage


Ongeacht in welke fase we zitten, we hebben met een aantal elementen altijd rekening te houden:

  • Behoud van voorwaarts neerwaarts tendens en nageeflijkheid voor een goed gebruik van de rug en een ontspannen kaak (lang maken van de bovenlijn, over de rug komen).

  • Behoud van durchlassigkeit voor het naar voren swingen en het plaatsen van de achterbenen naar het zwaartepunt.

  • Streven naar losgelatenheid zodat het paard de houding aanneemt die de ruiter vraagt en in deze houding blijft totdat de ruiter iets nieuws vraagt.

  • Behoud van de relatieve oprichting door de achterhand met de voorhand te laten corresponderen. Hoge achterhand, lage hoofd/hals houding. Lage achterhand, hoge hoofd/hals houding.

  • Behoud van tact en regelmaat door het tempo te laten corresponderen met het ritme. Hoog tempo/laag ritme. Laag tempo/hoog ritme.

  • Verkrijgen van schwung door de natuurlijke driedimensionale beweging van de wervelkolom (een ontspannen wervelkolom beweegt heen en weer en op en neer).
     

Last, but not least

Rechtrichten, we zijn er eigenlijk "altijd" mee bezig! Het is de rode draad door de hele rijkunstige opleiding van het paard. Als ruiter ben je steeds alert op welke scheefheid zich aandient. Het begint vaak bij de spieren; welke spieren zijn minder soepel en/of minder sterk. Dan verplaatst de scheefheid zich naar een minder buigzaam binnenachterbeen, om vervolgens te merken dat het andere binnenachterbeen minder "sterk" is, om later weer te merken dat het achterbeen als buitenachterbeen minder buigzaam is, en ga zo maar door.

Dat maakt paardrijden zo boeiend!! Ook, omdat geen paard vanuit zijn karakter en fysieke aanleg hetzelfde is.

Copyright © 2016 Fijne Rijkunst. Alle rechten voorbehouden. Webdesign door Internetbureau Antum